Nederland heeft een van de laagste sterftecijfers van de OESO-landen. Ook zijn de wachttijden in de zorg kort in vergelijking met andere OESO-landen. Dit blijkt uit het rapport ‘Health at a Glance 2017’ van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De levensverwachting van de bevolking is gestegen. Dit leidt in Nederland, net als in andere Noord-Europese landen, tot hogere kosten voor de langdurige zorg voor ouderen.

In ‘Health at a Glance 2017’ staan internationaal vergelijkende data uit 2017 over de gezondheidszorgsystemen en de gezondheid van de bevolking in OESO-landen. Elk jaar publiceert de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, deze gegevens. Het rapport over 2017 toont aan dat de kwaliteit van de gezondheidszorg in OESO-landen stijgt. De zorgkosten in deze landen zijn echter ook gestegen, vooral de kosten voor de langdurige zorg voor ouderen.

Hogere kosten voor langdurige zorg ouderen in Noord-Europa

De hogere zorgkosten voor ouderenzorg ontstaan door de vergrijzing en doordat de levensverwachting van mensen in de OESO-landen stijgt. Die hogere levensverwachting is weer te danken aan de hogere investeringen in de zorg. Maar ook een gezondere leefstijl speelt mee. Opvallend in de OESO-publicatie is dat de kosten voor langdurige zorg voor ouderen vooral stijgen in Noord-Europese landen als Noorwegen, Zweden en Nederland. Daar maken ouderen veel gebruik van ‘formele’ zorg. In Zuid-, Midden- en Oost-Europa zijn ‘informele’ manieren van zorg gebruikelijker voor ouderen. De kosten voor de langdurige zorg voor ouderen liggen hier een stuk lager.

Korte wachttijden en lage uitgaven ambulante zorg

Nederland heeft een van de laagste sterftecijfers van de OESO-landen en relatief korte wachttijden in de zorg. De totale zorguitgaven per hoofd van de bevolking liggen in Nederland boven het OESO-gemiddelde. Van die uitgaven wordt het grootste gedeelte besteed aan ziekenhuiszorg, net als in de andere OESO-landen. De uitgaven voor ambulante zorg, zijn in Nederland relatief laag.

Meer vrouwelijke dokters

Het percentage werknemers in de sector zorg en welzijn is in Nederland 15,7%. Daarmee heeft Nederland samen met de Scandinavische landen en Finland het hoogste percentage. Dit percentage is in ons land vanaf het jaar 2000 snel gestegen, waarbij vooral opvalt dat het aantal vrouwelijke dokters snel is toegenomen. Ook wat betreft de aantallen dokters en verpleegkundigen per hoofd van de bevolking zit Nederland (iets) boven het OESO-gemiddelde.

Internationale arbeidsmarkt

Ondanks de steeds internationaler wordende arbeidsmarkt is in Nederland het aantal in het buitenland opgeleide dokters en verpleegkundigen vrij laag, vergeleken met andere OESO-landen. Verschillende partijen, waaronder de Europese Commissie, proberen de arbeidsmarkt binnen de EU opener te maken, bijvoorbeeld met een zogeheten proportionaliteitstest. Daarmee kan de EU onderzoeken of lidstaten bepaalde beroepen terecht beschermen als ‘gereglementeerde beroepen’, of dat zij daarmee de interne markt schaden. Vanuit de Europese werknemerskoepel EPSU en de werkgeverskoepel HOSPEEM wordt gezamenlijk gelobbyd om voor de zorgberoepen een uitzondering te maken voor de proportionaliteitstest.

Meer informatie

Het volledige rapport ‘Health at a Glance 2017’ is in te zien op de website van de OESO.
Lees de belangrijkste conclusies voor Nederland in het landenprofiel (NL).

Bron
OECD (2017), Health at a Glance 2017: OECD Indicators, OECD Publishing, Paris.