Het generatiebeleid vanuit de cao Ziekenhuizen heeft onder meer als doel om duurzame inzetbaarheid van ziekenhuismedewerkers te bevorderen en ruimte te maken voor in- en doorstroom van jonge(re) medewerkers. Onderdeel van het generatiebeleid is de mogelijkheid voor medewerkers om vanaf hun zestigste jaar tot hun pensioen minder uren te werken. Nu is er ook een online rekentool voor werknemers waarmee zij zelf kunnen bekijken wat deelname aan de regeling generatiebeleid financieel voor hen betekent. Zo toont de tool bijvoorbeeld het verschil in daling van het nettoloon per maand tussen wél en niet deelnemen aan de regeling Generatiebeleid, wanneer een medewerker besluit minder te gaan werken.

Loopbaan afbouwen met PLB-uren

Sommige werknemers kunnen geen gebruik maken van de regeling generatiebeleid, bijvoorbeeld omdat hun werkgever (nog) geen generatieregeling heeft ingevoerd, omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden van de regeling of omdat ze geen inkomen kunnen of willen missen. Er zijn nog andere mogelijkheden om voor je pensioen minder te gaan werken en je loopbaan af te bouwen. Zo kun je PLB-uren opnemen of deeltijdpensioen aanvragen. Bij opname van PLB-ben je tijdens de opgenomen uren vrij en krijg je aan het eind van de maand gewoon je volledige salaris uitbetaald. Je gaat er in inkomen dan niet op achteruit. Bij deelname aan een regeling generatiebeleid ga je wel minder werken, maar ontvang je ook minder salaris. Kijk dus goed wat voor jou handig is. 

Pensioenopbouw voortzetten

Om de pensioenopbouw op het niveau van de ‘oude’ omvang van de arbeidsovereenkomst te houden en zo een volwaardig pensioen op te bouwen is in de regeling generatiebeleid afgesproken dat de pensioenopbouw op 100% van het oude contractpercentage blijft, als je dat wilt. Binnen de pensioenregeling mag dat omdat je minder gaat werken of verdienen binnen tien jaar voor je AOW-leeftijd. Je kunt bij Pensioenfonds Zorg & Welzijn een offerte aanvragen voor vrijwillige voortzetting. Volgens de cao Ziekenhuizen draagt de werkgever dan voor 50% bij in de premie voor de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw.