‘Wat voor een verpleegkundige belangrijk is om te leren, verschilt per afdeling. Daarom bieden we onze verpleegkundigen niet alleen de theorie van ‘klinisch redeneren’, maar speelt ook de dagelijkse praktijk een belangrijke rol in het leerproces.’ Dat vertelt Richtsje Andela, van het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL).

Voor Andela (voormalig verpleegkundige en gepromoveerd verplegingswetenschapper) en haar collega-opleidingsfunctionarissen van de MCL Academie is de verhouding tussen het opleidingsaanbod en de opbrengst daarvan al enige tijd onderwerp van discussie. ‘Ik geef bijvoorbeeld de cursus ‘evidence based practice’ en die was vooral klassikaal gericht, aangevuld met praktijkopdrachten. Door die praktijkopdrachten te ontlenen aan de eigen afdeling van de cursist, wordt de lesstof herkenbaarder en dat bevordert de motivatie en bruikbaarheid van de cursus. Vaak ontbreekt het de verpleegkundige echter aan tijd (er zijn altijd andere prioriteiten) of aan ervaring om er op de afdeling mee aan de slag te gaan. Door het leerproces te integreren in de praktijk, krijgt het geleerde meer aandacht.’

Klinisch redeneren

Dat leren in de praktijk heeft de MCL Academie daarom gekoppeld aan het project ‘klinisch redeneren’. Werkgroepen met onder meer (senior) verpleegkundigen bepalen wat zij voor hun afdeling belangrijk vinden om te leren. In de praktijk stellen de werkgroepleden, aan de hand van een patiëntencasus, gerichte vragen aan hun afdelingscollega’s om het klinisch redeneren te stimuleren. De werkgroepleden krijgen extra inhoudelijke scholing zodat zij hun collega’s goed kunnen ondersteunen. In voorbereiding is een toolbox met hulpmiddelen voor de afdelingen. Zoals: tips, trucs, formats, casuïstiek en geleerde lessen waar andere afdelingen in de organisatie profijt van kunnen hebben.

Effectiever samenwerken

Met klinisch redeneren leert de verpleegkundige de eigen observatie van de patiënt beter te koppelen aan de aanwezige kennis. Andela: ‘De een heeft die vaardigheid al (deels) of pakt het snel op, een ander moet dieper graven. Daarbij spelen ervaring, leeftijd en vooral houding een rol. We maken gebruik van ‘redeneerhulpen’, zoals de SBAR (situation, background, assessment en recommendation) om patiënten volgens een vaste systematiek over te dragen. Door af te spreken dat we dat voortaan altijd zo doen, kunnen verpleegkundigen, zowel onderling als met artsen, effectiever leren samenwerken.’

Kennis doelmatig inzetten

‘Om de juiste hulp zo doelmatig mogelijk in te zetten, is vroege herkenning van de specifieke behoefte belangrijk’, zo vervolgt Andela. ‘De achterliggende gedachte daarbij is dat de problematiek van patiënten steeds complexer wordt. Door bewuster en gestructureerder om te gaan met vragen als: Wat is er aan de hand? en: Welke interventie zou hier op zijn plaats zijn? kunnen verpleegkundigen actiever hun meedenkende rol vervullen en de arts voorzien van relevante informatie over de toestand van de patiënt, op basis van objectieve waarden, bijvoorbeeld uit toegepaste metingen. Zo helpt de verpleegkundige de arts aan meer inzicht om de prioriteiten juist te kunnen leggen: moet de arts nu meteen langskomen of kan het ook over een uur?’

Meer grip

Het vergt veel aandacht om het leren in de praktijk in te bedden, vertelt Andela. ‘De (senior) verpleegkundigen uit de werkgroepen vormen de motor op hun afdelingen. Zij zien er het belang van in dat zijzelf en hun collega’s meer grip krijgen op de situatie. Door verpleegkundigen in hun kracht te zetten en het geleerde in de praktijk te brengen, ontstaat meerwaarde. Het unithoofd heeft een coachende en sturende rol, bijvoorbeeld bij de afspraak om standaard de SBAR toe te passen. Verder is het belangrijk dat de hele afdeling erbij betrokken raakt. Pas door zelf op deze manier te werken, ervaar je wat het oplevert.’

Toetsen en sturen

‘Ongeveer de helft van onze verpleegafdelingen is inmiddels met leren in de praktijk aan de slag gegaan. Mogelijkheden om dit te borgen worden nog onderzocht. Dat zou kunnen door casuïstiek of patiëntendossiers te bespreken, vaardigheden en kennis in de praktijk te toetsen en te sturen op resultaat, bijvoorbeeld via de prestatie-indicatoren, VIM-meldingen en gegevens over complicaties en onverwacht langere ligduur.’

Kwaliteitsimpuls

Wilt u ook een impuls geven aan het leren in de praktijk binnen uw ziekenhuis? Tot 1 december kunt u nog een aanvraag doen voor de subsidie Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg bij het ministerie van VWS.

Medewerkers die een aanvraag willen doen voor scholing kunnen gebruik maken van de handreiking scholingsverzoek. De handreiking helpt hen om een goed gemotiveerd scholingsverzoek in te dienen, dat aansluit bij het strategisch opleidingsbeleid van het ziekenhuis.