Het Europees programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) is een financieringsinstrument ter ondersteuning van het sociaal- en werkgelegenheidsbeleid van de EU. EaSI promoot kwalitatief goede en duurzame werkgelegenheid en toerijkende sociale bescherming. Het programma richt zich op het bestrijden van langdurige werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting en het verbeteren van arbeidsomstandigheden. In de programmaperiode 2021-2027 wordt EaSI onderdeel van het nieuwe Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+). Ook onderdeel van dit fonds worden het huidige Europees Sociaal Fonds, het Programma Gezondheid en Groei, het Jeugdwerkloosheidsfonds (YEI) en het Asiel, Migratie en Integratiefonds (AMIF).

Doelstellingen EaSI

De belangrijkste doelstellingen van EaSI zijn:

  • Activiteiten gelinkt aan werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie beter coördineren. Zowel op EU-niveau als nationaal niveau
  • De ontwikkeling ondersteunen van een goed socialezekerheidsstelsel en arbeidsmarktbeleid
  • EU-wetgeving moderniseren en doeltreffend handhaven
  • Het ontwikkelen van een open arbeidsmarktbeleid, om geografische mobiliteit en verruiming van werkgelegenheid te bevorderen
  • Meer en toegankelijkere microfinanciering voor kwetsbare groepen en micro-ondernemingen
  • Betere toegang tot kapitaal voor sociale ondernemingen

Om de doelstellingen te bereiken zal EaSI:

  • Bijzondere aandacht schenken aan kwetsbare groepen zoals jongeren
  • De gelijkheid van mannen en vrouwen bevorderen
  • Discriminatie bestrijden
  • Kwalitatief hoogwaardige en duurzame werkgelegenheid bevorderen
  • Een toereikende en behoorlijke sociale bescherming garanderen
  • Langdurige werkloosheid tegengaan
  • Armoede en sociale uitsluiting bestrijden

Subsidiemogelijkheden EaSI

De subsidiemogelijkheden van EaSI staan open voor diverse organisaties en overheidsinstellingen. Onder andere (decentrale) overheden binnen Nederland, het Centraal Bureau voor Statistiek, werkgevers- en werknemersorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, instellingen voor hoger onderwijs, onderzoeksinstellingen en de media komen voor financiële steun in aanmerking.