In Nederland stromen meer mbo-afgestudeerden door naar het hoger onderwijs en trainingen dan gemiddeld in de EU. Namelijk 69,5% in Nederland, tegenover een EU-gemiddelde van 46,2%. Dit blijkt uit een studie van het Europees agentschap voor levenslang leren, CEDFOP. Ook op het vlak van levenslang leren scoort Nederland hoger dan het EU-gemiddelde. Dat het nog beter kan bewijst Zweden: daar leert de bevolking het langst.

Nederlanders leren langer

De resultaten kunnen verklaren waarom het aantal 30 tot 34-jarigen dat een mbo-diploma haalt lager ligt dan in andere EU-landen, namelijk bij 2,8% in vergelijking tot 8,7%.Ook op het vlak van levenslang leren scoort Nederland beter dan het EU-gemiddelde: 17,4% tegenover 10,5 % in de EU. Dit geldt ook voor 50-plussers (NL: 11,7% versus EU: 6.6%), lager-opgeleiden (NL: 9% versus EU-gemiddeld: 4,4%) en werkzoekenden (NL: 16% versus EU-gemiddeld: 10%). De deelname onder lager opgeleiden en werkzoekenden aan opleidingen is wel licht gedaald. Nederland scoort weliswaar hoger dan gemiddeld, er zijn Europese landen waar volwassenen langer door blijven leren. In Zweden bijvoorbeeld neemt meer dan een kwart van de volwassen bevolking (28,1%) deel aan levenslang leren.
Nederland scoort niet op alle fronten hoog. Er komen relatief weinig middelbare scholieren van school met een technische, technologische, exact-wetenschappelijke of wiskundige pakket vergeleken in de EU (NL: 17.2% versus EU-gemiddeld: 29,2%).

On the way to 2020

De cijfers komen uit het rapport ‘On the way to 2020: Data for vocational education and training policy’ voor het jaar 2014. Het rapport hoort bij een reeks. Daar wordt jaarlijks de ontwikkeling van het mbo en levenslang leren in EU-landen vergeleken aan de hand van 33 indicatoren. Alle cijfers inzien? Bekijk het hele rapport